'Zoals ik zelf behandeld zou willen worden'

 

‘Bij mijn tante in het verpleeghuis zitten mensen die zelden familie op bezoek krijgen. Ik zou dat zelf niet over mijn hart kunnen verkrijgen. Zelfs nu mijn tante mij nauwelijks meer herkent, is dat voor mij geen reden om haar aan haar lot over te laten. Ik behandel mijn familie zoals ik zelf behandeld zou willen worden in zo’n situatie.’

Vanaf het moment dat tante Ans circa 6 jaar geleden in een verzorgingshuis terechtkwam, neemt Jurrien Peterse haar mantelzorg voor zijn rekening. Helaas beginnen Alzheimer en zware dementie hun tol te eisen. Zo is een echt gesprek niet meer mogelijk. Toch blijft Jurriens doel hetzelfde: zorgen dat ze de laatste jaren van haar leven goed verzorgd wordt én niet alleen is.

 

Avonturen

Als kind al had Jurrien een goede band met zijn tante. Elke zaterdag zwemmen, samen op vakantie, dagjes en weekendjes weg. ‘Ze heeft haar hele leven voor ons klaargestaan’, vertelt hij. ‘Dat en het feit dat ze altijd alleen is geweest, maakt het voor mij vanzelfsprekend dat ik er nu voor haar ben.’ Tot voor kort gingen ze met z’n tweeën regelmatig ‘op avontuur’. Jurrien: ‘Van een stukje wandelen tot een bezoekje aan het pannenkoekenhuis. Twee jaar geleden ben ik in Duinrell zelfs met haar in de achtbaan geweest. Ge-wel-dig. Maar ze wil en kan steeds minder. Laatst zijn we nog wel met een speciale fiets naar de zee gegaan. Ze vraagt dan 100 keer: ‘Komt Jurrien nog?’ Maar ondanks dat blijft het heerlijk om haar even mee op pad te nemen.’

‘Als ik weer naar huis ga, ben ik altijd blij dat ik ben geweest’

Voldoening

Als horecaman weet Jurrien wat het betekent om iemand te ‘verzorgen’. Toch is het alleen bijna niet te doen. Gelukkig krijgt hij hulp van een andere tante en een vrijwilligster. ‘Ik ben er een paar keer in de week’, zeg hij. Dan praat ik tegen haar en heel soms zie ik in haar ogen dat ze me herkent. Ze murmelt dan mijn naam en pakt mijn arm vast, geeft me een aai over mijn wang en soms ineens een kus. Echt terugpraten gaat niet meer. Toch hebben we af en toe nog ouderwets lol met elkaar. Als ze chagrijnig is begin ik haar te kietelen omdat ze daar niet tegen kan. Dan probeert zij in mijn neus te knijpen.’ Jurrien geeft aan dat dit nu de momenten zijn waarvoor hij het doet. ‘Als ik weer naar huis ga, ben ik altijd blij dat ik ben geweest.’

Moeilijk

Natuurlijk is het moeilijk om een dierbare te zien aftakelen. ‘Het lijkt af en toe wel of ze iets wil zeggen, maar het gaat gewoon niet meer. Ze zit dan met haar handen gesloten voor zich uit te kijken. En ook lopen gaat niet meer.’

Dan denkt Jurrien terug aan de impact die het overlijden van zijn moeder op zijn tante had. ‘Het klinkt misschien raar, maar soms gun ik haar ook de dood. Zelf wil ze daar niets van horen. Dus zorg ik er met mijn andere tante voor dat ze zo goed mogelijk verzorgd wordt. Wij zijn daarbij hard nodig. In het verpleeghuis waar mijn tante tegenwoordig woont, is in mijn ogen te weinig goed personeel en wordt de tijd niet goed over de patiënten verdeeld. Daardoor wordt ze niet verzorgd zoals wij dat zouden willen. En we zullen alles in het werk blijven stellen om het toch zo optimaal mogelijk te krijgen. Want dat verdient deze bijna 87-jarige dame als geen ander!’

Tekst: André Hörmann
Fotografie: Judith Zandwijk